In het regeerakkoord wordt aangekondigd dat er één regeling komt voor de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt. Deze regeling moet de WWB/WIJ, de Wajong en de WSW grotendeels vervangen. Uitgangspunt voor de nieuwe regeling wordt dat mensen met een beperking zoveel mogelijk naar vermogen participeren in de samenleving. We kijken naar wat mensen kunnen en willen en ondersteunen hen bij een stap naar een zo groot mogelijke zelfstandigheid. Mensen met een beperking worden zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers aan de slag geholpen, al dan niet met loondispensatie.
Het CDA steunt deze hervorming, maar realiseert zich dat deze gepaard gaat met een aanzienlijke bezuiniging. Het succes van de hervorming staat en valt met het perspectief dat mensen daadwerkelijk krijgen op werk en inkomen. We hebben de medewerking van werkgevers keihard nodig om dit perspectief te kunnen bieden. Veel werkgevers voelen gelukkig een maatschappelijke verantwoordelijkheid, die verder strekt dan hun eigen onderneming. Veel ondernemers zijn best bereid om mensen met een handicap of ziekte een kans te geven binnen hun bedrijf. De toenemende krapte op de arbeidsmarkt maakt dat dit ook steeds meer in het eigenbelang is. Ondernemers letten wel scherp op financiële risico’s, zoals een lagere productiviteit of een risico op uitval door ziekte. De ervaring leert echter dat mensen met een handicap/ziekte – mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan – als werkkracht juist bijzonder enthousiast, gemotiveerd en betrouwbaar zijn. Ook worden werkgevers gehinderd door de ondoorzichtigheid van de regelingen en de administatieve lasten rondom de aanvraag van voorzieningen (zie ‘Ervaringen van werkgevers met Wajongers’, RWI, 2009).
In deze notitie doen we als CDA een aantal voorstellen die er toe moeten leiden dat er meer arbeidsplaatsen beschikbaar komen voor mensen met een beperking. Ons ideaal van ‘meedoen naar vermogen’ willen we hiermee dichterbij brengen.
1. Sociaal akkoord: afspraken over stage- en arbeidsplekken
Het regeerakkoord stelt dat de regering streeft naar een sociaal akkoord met werkgevers en vakbonden. Het CDA wil dat daarin ook concrete afspraken worden gemaakt over meer stage- en arbeidsplaatsen voor mensen met een beperking. De uitvoering van deze afspraken moet actief worden gemonitord. Het effectueren van deze afspraak vraagt ook om inzet van het kabinet. We houden het kabinet aan de afspraak uit het akkoord dat bij het “gerichter en efficiënter” inzetten van re-integratiemiddelen er speciale aandacht wordt besteed aan arbeidsgehandicapten. Er moeten voldoende middelen beschikbaar blijven voor onder meer aanpassing van werkplekken en begeleiding/jobcoaching.
2. Bevorder ‘sociaal ondernemerschap’
Op dit moment bieden vooral sociale werkplaatsen en AWBZ-instellingen gesubsidieerde arbeidsplaatsen voor mensen met een handicap. Het CDA wil reguliere werkgevers en private initiatieven meer mogelijkheden bieden voor ‘sociaal ondernemerschap’. Mooie voorbeelden zijn bakkerij de Driekant in Zutphen, of het koeriersbedrijf Valid Express. Bij deze initiatieven wordt een bedrijfsmatige opzet van werkzaamheden op het terrein van productie of dienstverlening gecombineerd met de doelstelling om een substantieel aantal mensen met een beperking te laten participeren. Nederland loopt met deze initiatieven – en het beleid daarvoor – in Europa wel duidelijk achter (zie ‘Europese ervaringen met sociale economie’, TNO, 2008). Het kabinet moet daarom het bevorderen van ‘sociaal ondernemerschap’ in de komende periode tot een speerpunt van beleid maken. Goede voorbeelden moeten actief onder de aandacht worden gebracht. Gedacht kan worden aan een tijdelijk expertisecentrum, van waaruit informatievoorziening en ondersteuning plaatsvindt van private initiatieven. Ook stellen we een onderzoek voor naar een (beperkte) garantieregeling voor de financiering van sociale ondernemingen, aangezien banken het gebrek aan continuïteit van vergoedingen door de overheid in bedrijfsplannen als een aanzienlijk risico zien.
3. Begeleiding op de werkvloer
Werkgevers moeten de mogelijkheid krijgen tot het instellen van een interne vakinhoudelijke bedrijfscoach als jobcoach die zich bezig houdt met de begeleiding van arbeidsgehandicapten in de onderneming. De budgetten die beschikbaar zijn voor (externe) jobcoaching in de Wajong en de WSW en eventueel ook het participatiebudget moeten hiervoor worden opengesteld. Ook moeten er mogelijkheden komen voor detachering van oudere werknemers als leermeester in het speciaal onderwijs om de stap naar de arbeidsmarkt voor leerlingen te verkleinen. Hiermee kan de instroom van het speciaal onderwijs in de Wajong worden beperkt. Het mes snijdt dan aan twee kanten: er ontstaan nieuwe arbeidsmarktkansen voor zowel ouderen als voor jongeren met een beperking.
4. Benut laagste CAO-schalen
Om meer werkgelegenheid aan de ‘onderkant’ te creëren is het van belang dat in CAO’s laagste loonschalen op het niveau van het wettelijk minimumloon worden benut. Het wordt hierdoor voor werkgevers aantrekkelijker om mensen met een beperkte productiviteit in dienst nemen. Voor arbeidsgehandicapten met een lagere productiviteit dan het niveau van WML moet loondispensatie (met loonaanvulling tot maximaal WML) of loonkostensubsidie uitkomst bieden.
5. Meer aangepast werk via ‘jobcarving’
Werkgevers moeten worden aangemoedigd om hun organisatie door te lichten op mogelijkheden voor mensen met een arbeidshandicap. Door werk anders te organiseren, taken af te splitsen (‘jobcarving’) of werkplekken aan te passen kan meer werk voor mensen met een beperking worden gecreëerd. De overheid moet samen met brancheorganisaties het systeem van adviesvouchers voor job carving verder uitrollen. Met een tegoedbon kan een bedrijf een gratis advies krijgen over de mogelijkheden om mensen met een beperking in zijn bedrijf te plaatsen.
6. Neem administratief gedoe uit handen
Veel werkgevers zijn bereid om arbeidsgehandicapten in dienst te nemen, maar schrikken terug voor (negatieve ervaringen met) administratieve lasten. Denk aan het aanvragen van voorzieningen voor aanpassing van de werkplek of de procedures rond het effectueren van de no-riskpolis als de werknemer ziek uitvalt. De overheid zal er voor moeten zorgen dat administratieve lasten zoveel mogelijk uit handen worden genomen. De aanvraag van voorzieningen moet worden vereenvoudigd door alle vormen van ondersteuning onder te brengen bij regionale werkgeversloketten (Werkpleinen). Bij dit servicepunt kan informatie worden verkregen en worden administratieve handelingen van werkgevers overgenomen.
7. De overheid geeft het goede voorbeeld
De overheid moet als werkgever het goede voorbeeld geven en ook zelf meer mensen met een beperking in dienst nemen. Daarnaast kan de overheid bij aanbestedingen (bijv. infrastructuur) of uitbesteding van diensten (groen, repro, catering etc) opdrachtnemers verplichten opleggen om een bepaald percentage van de loonsom te besteden aan kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. Veel gemeenten hebben hier inmiddels al goede ervaringen mee. Een mooi voorbeeld is de A2-school in Maastricht: de bouw van de A2-tunnel wordt aangegrepen om werklozen en jongeren zonder startkwalificatie werkervaring te laten opdoen. De rijksoverheid blijft echter nog achter. Het is daarom belangrijk dat de motie-Van Hijum (31780, nr. 39) wordt uitgevoerd, die de rijksoverheid oproept om in navolging van gemeenten ‘social return on investment’ een plaats te geven in het aanbestedings- en inkoopbeleid.
Stuur door
Dit is niet OK