Het CDA wil dat het aantrekkelijker en vooral eenvoudiger wordt voor werkgevers om een arbeidsgehandicapte in dienst te nemen. Volgens het CDA wordt de positieve grondhouding van veel werkgevers ondermijnd door de complexiteit van de regelgeving, onzekerheid over financiële risico?s en hoge administratieve lasten. En door koudwatervrees.
De overheid wil de komende jaren duizenden mensen met een handicap, ziekte of functiebeperking aan het werk helpen. Het gaat onder meer om jonggehandicapten met een Wajong-uitkering, herkeurde WAO’ers en mensen in de sociale werkvoorziening (SW). In de praktijk blijkt het niet mee te vallen om voor deze mensen op de reguliere arbeidsmarkt een werkplek te vinden. Dat is zorgwekkend, omdat het aantal jonggehandicapten (Wajong’ers) fors toeneemt en de arbeidsparticipatie van deze groep nog steeds daalt.
De cijfers spreken voor zich: van de in totaal 1,7 miljoen mensen met een arbeidshandicap in de leeftijd van 15 tot 65 jaar, had in 2006 slechts 40% een baan van 12 uur of meer. Dit is zelfs een daling van een aantal procentpunten ten opzichte van 2002 (44% werkend). Ter vergelijking: de arbeidsparticipatie van alle mensen in de leeftijdscategorie 15-65 bedraagt circa 70 procent. Tegenover de daling van de arbeidsparticipatie staat een stijging van het aandeel arbeidsgehandicapten dat wel wil werken, maar niet actief een baan zoekt.
Sommige politieke partijen, zoals ook onlangs weer de PvdA, pleiten voor verplichte quota of ontslagverboden voor mensen met een handicap. Het CDA vreest dat dit de bereidheid van werkgevers om mensen met een handicap of ziekte een kans te geven alleen maar verder zal ondermijnen. Het versterkt bovendien het stigma dat mensen ‘met een vlekje’ geen volwaardige werknemers zouden kunnen zijn. Veel werkgevers maken zich zorgen over een (vermeende) lagere productiviteit, hoger ziekteverzuim en financiële risico’s. De ervaring leert echter juist dat – zij het onder een aantal voorwaarden – mensen met een ziekte/handicap als werkkracht bijzonder enthousiast, gemotiveerd en betrouwbaar zijn.
Het CDA weet dat veel werkgevers een maatschappelijke verantwoordelijkheid voelen, die verder strekt dan hun eigen onderneming. Veel ondernemers zijn best bereid om mensen met een handicap of ziekte een kans te geven binnen hun bedrijf. Daar zit wel een grens aan. Om begrijpelijke redenen zetten zij de continuïteit van de organisatie en een bepaald rendement voorop. Binnen deze randvoorwaarden zijn er volop mogelijkheden om mensen met een handicap aan een leerwerkplek, een detachering of zelfs een reguliere baan te helpen. Daar zijn ook genoeg succesvolle voorbeelden van. De overheid stimuleert deze bereidheid via no-riskpolissen, loonkostensubsidies, vergoedingen voor scholing en aanpassingen op de werkplek, proefplaatsingen, begeleiding op de werkvloer etc.
Tegelijkertijd slagen we er, zoals hiervoor al aangegeven, nog niet in om mensen met een handicap of ziekte op grote schaal aan de slag te krijgen. Het CDA constateert, na gesprekken met werkgevers, de volgende knelpunten:
1. grote onbekendheid met de (vele) regelingen;
2. complexiteit van de regelingen: vele subsidiepotjes/voorzieningen en de verschillende randvoorwaarden en eisen daarbij worden gehanteerd;
3. hoge administratieve lasten door de vele aanvraagformulieren en gedetailleerde verantwoording richting uitkeringsinstanties;
4. onzekerheid als gevolg van herindicaties, als mensen uit een doelgroep eenmaal een tijdje werkzaam zijn. Zo geldt voor mensen in de sociale werkvoorziening dat na verlies van de SW-indicatie bij een herkeuring ook de subsidie en begeleiding vervalt. Dit brengt ook voor de werkgever onzekerheid met zich mee.
Het CDA wil ondernemers stimuleren om de komende jaren meer mensen met een handicap of ziekte in dienst te nemen. Hiertoe doen wij de volgende voorstellen:
1. Het kabinet moet samen met werkgevers een offensief starten om meer stage- en werkplekken beschikbaar te krijgen voor mensen met een beperking. Op ondernemingsniveau kan maatwerk worden geleverd door het anders organiseren van het werk, het differentiëren van functies en het treffen van voorzieningen voor ondersteuning van mensen met een beperking. Dit zal in CAO’s concreet verder moeten worden uitgewerkt. Tijdens het voorjaarsoverleg heeft het kabinet onlangs over de aanpak globale afspraken gemaakt met sociale partners. Het CDA vindt echter dat deze afspraken veel concreter gemaakt moeten worden. Via regionale aanjaagteams moeten werkgevers actief worden benaderd en informatie krijgen over de aantrekkelijke voorwaarden om mensen met een beperking in dienst te nemen.
2. Vooroordelen over de motivatie en inzet van mensen met een handicap of ziekte moet bestreden worden door goede voorbeelden actief onder de aandacht te brengen van werkgevers. Sociaal ondernemerschap valt prima te verenigen met een commerciële doelstelling. Onder meer bakkerij de Driekant in Zupthen laat dit op aansprekende wijze zien (zie
www.driekant.nl);
3. Bij de re-integratie van gedeeltelijk arbeidsgeschikte werkzoekenden en de bemiddeling van Wajongers en SW’ers moet de ‘werkgeversbenadering’ centraal staan. Het aanbod van werkzoekenden moet kwalitatief beter worden gematcht met de concrete behoeften en vacatures van werkgevers. Het UVW en de SW-bedrijven moeten hiertoe een goede analyse uitvoeren van hun cliëntenbestand en veel meer werkgeversgericht gaan werken. Werkgevers moeten bij één regionaal loket kunnen aankloppen als zij iemand met een beperking in dienst willen nemen. Voor grote bedrijven met regionale vestigingen moet er daarnaast op landelijk niveau een aanspreekpunt zijn. (voorbeeld: een grote landelijke supermarkt wil 700 Wajongers in dienst nemen, maar moet momenteel met alle regionale UWV-kantoren apart afspraken maken. Deze kantoren blijken bovendien slechts een beperkt aantal Wajongers te kunnen aanbieden).
4. De mogelijkheid van een ‘proefplaatsing’ bij een werkgever met behoud van uitkering wordt verruimd van drie naar zes maanden. Dit onder de voorwaarde dat de werkgever bijdraagt aan de scholing en ontwikkeling van de werknemer en hem/haar na het half jaar in beginsel een dienstverband aanbiedt. Afhankelijk van de persoonlijke kenmerken en omstandigheden van de werknemer kan een vergoeding voor verminderde productiviteit worden verstrekt, zodat de werkgever alleen betaalt voor de geleverde prestatie.
5. De administratieve lasten voor werkgevers moeten worden beperkt door de service te verbeteren. Voor de werkgever staat de prestatie van de werknemer voorop; de achterliggende regelgeving en de aanvraag van voorzieningen wordt door het UWV of het SW-/re-integratiebedrijf geregeld. De aanvraagformulieren voor een proefplaatsing, loondispensatie en de aanvraag van subsidies kunnen van de UWV-website worden geschrapt. Verplichtingen tot monitoring, registratie van begeleiding en herindicaties kunnen worden geschrapt en vervangen door periodiek (loonwaarde-)onderzoek, op basis waarvan subsidies en andere vormen van ondersteuning worden geobjectiveerd;
6. Het kabinet dient de ontwikkeling van het aantal werkende en werkzoekende mensen met een handicap of ziekte actief te blijven volgen. Jaarlijks wordt aan het CBS de opdracht verstrekt om een Arbeidsgehandicaptenmonitor uit te brengen. Het CDA wil dat de betreffende gegevens ook in de toekomst jaarlijks aan de Tweede Kamer worden verstrekt;
7. De rijksoverheid heeft een voorbeeldfunctie voor andere werkgevers in private en publieke sectoren. Volgens het Sociaal Jaarverslag over 2007 besteedde het rijk het afgelopen jaar wederom meer aandacht aan de re-integratie van huidige en voormalige mensen in de WAO. Positief zijn de uitkomsten van het banenproject waardoor ruim vijfhonderd (voormalige) rijksmedewerkers uit de WAO zijn gere-integreerd. Het CDA gaat er van uit dat project een structureel vervolg krijgt. Het jaarverslag maakt niet duidelijk hoeveel SW- en Wajongers er inmiddels bij de rijksoverheid werkzaam zijn. Dit is een buitengewoon slechte zaak, en bepaald geen goed voorbeeld. In 2006 waren er slechts 72 SW-ers direct of indirect bij het rijk werkzaam. Conform de motie-Bussemaker/Van Hijum (TK 2005-2006, 29817, nr. 18) moet het aantal SW’ers in dienst of gedetacheerd bij het rijk de komende jaren substantieel worden verhoogd.
Stuur door
Dit is niet OK