Op 9 juni 2012 doe ik mee aan de halve marathon van Zwolle. Net als vorig jaar loop ik samen met het team van Time for Heroes. De stichting Time for Heroes is opgericht door de 12-jarige Maik en zijn familie en vrienden, met als doel om sportievelingen te mobiliseren om geld in te zamelen voor de bestrijding van de spierziekte van Duchenne. Op de website http://www.timeforheroes.nl is meer informatie te vinden over Maik en zijn stichting. Ook dit jaar is de halve marathon van Zwolle een hoofdevenement voor Time for Heroes. Vele tientallen lopers hebben zich al aangemeld. Wij willen samen een zo groot mogelijk bedrag bij elkaar rennen voor broodnodig onderzoek naar een genezing of behandeling van Duchenne spierdystrofie. Ik ben dus op zoek naar sponsors!
Graag roep ik u/jou dan ook langs deze weg op om mijn deelname aan de halve marathon te sponsoren. Dit kan eenvoudig door mij een e-mail te sturen, met daarin je naam, adresgegevens en het bedrag dat je wilt bijdragen (mail: e.vhijum@tweedekamer.nl). Maar reageren via Twitter, Hyves, Facebook of LinkedIn mag natuurlijk ook. Je mag kiezen voor een vast bedrag, maar kunt de toezegging ook koppelen aan de prestatie. Bijvoorbeeld: een bonus voor het verbeteren van mijn persoonlijk record, waarop ik een serieuze aanval zal doen: 1 uur, 45 minuten en 30 seconden.
De sponsorbijdrage kan worden overgemaakt op rekening ING 43.82.912 t.n.v. Stichting Time for Heroes, onder vermelding van ‘sponsor Eddy’. Bedrijven die willen sponsoren kunnen van de organisatie een factuur ontvangen. Kijk voor meer informatie over de besteding van de bijeen gebrachte middelen op http://www.duchenne.nl
Onder de mensen die € 25 of meer bijdragen verloot ik een persoonlijke rondleiding door de Tweede Kamer. De datum zal in overleg worden vastgesteld.
Dus aarzel niet en doe mee!
Op 18 juni doe ik voor de vijfde keer mee aan de halve marathon van Zwolle. Dit keer loop ik samen met het team van Time for Heroes. De stichting Time for Heroes, opgericht door de 11-jarige Maik en zijn familie en vrienden, mobiliseert elk jaar een groep sportievelingen om geld in te zamelen voor de bestrijding van de spierziekte van Duchenne. Op de website http://timeforheroes.nl is meer informatie te vinden over Maik en de stichting. Dit jaar is de halve marathon van Zwolle het hoofdevenement voor Time for Heroes. Inmiddels hebben zich enkele tientallen lopers aangemeld. Wij willen samen een zo groot mogelijke bijdrage leveren aan het broodnodige onderzoek naar een genezing of behandeling van Duchenne spierdystrofie. Ik ben dus op zoek naar sponsors!
Graag roep ik u/jou langs deze weg op om mijn deelname aan de halve marathon te sponsoren. Dit kan eenvoudig door mij een e-mail te sturen, met daarin je naam, adresgegevens en het bedrag dat je wilt bijdragen (mail: e.vhijum@tweedekamer.nl). Maar reageren via Twitter, Hyves, Facebook of LinkedIn mag natuurlijk ook. Je mag kiezen voor een vast bedrag, maar kunt de toezegging ook koppelen aan de prestatie. Bijvoorbeeld: een bedrag voor iedere volle minuut die ik sneller loop dan 2 uur. Ter indicatie: in 2009 deed ik er 1 uur en 56 minuten over.
Na afloop van de halve marathon zal ik iedereen die een bijdrage heeft toegezegd informeren over het resultaat en nadere details verschaffen over de betaling.
Onder de mensen die meer dan € 40 bijdragen verloot ik een persoonlijke rondleiding door de Tweede Kamer. De datum wordt in overleg vastgesteld. Ook Maik en zijn familie zijn op deze dag aanwezig.
Dus aarzel niet en doe mee!
Het thema van de 4 en 5 mei-viering dit jaar is 'vrijheid op straat'. Dit was ook de titel van de bijdrage die ik op 4 mei mocht leveren aan de herdenkingsdienst in Heino, georganiseerd door de Brugkerkenraad. De foto is het middelste gedeelte van een gedenkraam uit 1955 ter nagedachtenis aan de gijzeling van 66 mannen uit Heino in de laatste dagen van de bezetting.
Overdenking
Kunnen we ons er iets bij voorstellen?
Hoe het voelt om niet vrij over straat te kunnen lopen?
Hoe het is om dag en nacht te leven in angst en onzekerheid?
Om op je woorden te moeten letten uit vrees voor vervolging?
Om niet openlijk uit te kunnen komen voor je geloofsovertuiging?
Om je onderdrukt te voelen?
Na de oorlog zijn in ons land generaties opgegroeid die vrijheid gewend zijn.
We hebben alleen nog de verhalen van toen.
Ik herinner me de verhalen van mijn grootouders.
Van mijn opa die werd opgepakt omdat hij naar de radio luisterde.
En mijn andere opa, die in het leger diende vlakbij de Afsluitdijk en zich later bij familie op zolder schuil hield voor de bezetter.
Maar ik herinner me vooral dat zij liever niet over de oorlog spraken.
Het was een litteken dat al pijn deed als je er naar wees.
Ik heb door deze herinneringen het gevoel dat hun leed nog een beetje in mij voortleeft.
Mijn kinderen kennen geen familieleden meer die de oorlog hebben meegemaakt.
Herinneringen vervagen in de tijd.
Ik vraag me af: hoe houden we de verhalen levend?
De verhalen die ons duidelijk maken hoe verschrikkelijk oorlog is.
Die ons er aan herinneren dat er voor onze vrijheid een hoge prijs betaald is.
En die ons doen beseffen dat vrijheid geen natuurrecht is, maar een verworvenheid die we moeten koesteren en bewaken.
Zoals het verhaal van de Heinose familie Haye, die nauw betrokken was bij het verzet en van wie vier leden werden gefusilleerd.
Vandaag is er als eerbetoon opnieuw een pad naar hen vernoemd.
En zoals het verhaal van de 66 Heinose mannen, die vlak voor de bevrijding willekeurig door de Duitsers werden opgepakt en meegevoerd naar Zwolle.
Zij beleefden een benauwde tijd, net als hun achterblijvende gezinnen.
Twee dagen na de bevrijding van Heino, op 14 april 1945, konden zij naar huis terugkeren.
In het dorp was er tot dat moment geen vlag uitgestoken.
Pas toen de mannen als vrije mensen vanuit Zwolle het dorp binnenliepen, kon de bevrijding echt gevierd worden.
Aan deze gebeurtenis herinnert een prachtig gebrandschilderd gedenkraam uit 1955 van Raymund van Bergen.
Ik heb het vanmorgen nog bekeken; het hangt momenteel in het kantoor van de VVV hier tegenover, op een bescheiden plek.
Het raam is zeer de moeite waard.
Mooier kun je het thema ‘vrijheid op straat’ eigenlijk niet uitbeelden.
Ook vandaag de dag staan er burgers op tegen dictatuur en onderdrukking.
Op het Tahrirplein in Cairo, waar mensen onzeker afwachten of het door hen afgedwongen vertrek van Mubarak ook echt meer vrijheid betekent.
In de straten van de Libische havenstad Misurata, waar opstandelingen fel strijd leveren met de troepen van Kaddafi.
In Homs, Daraa en andere steden in Syrië, waar iedere vorm van kritiek en verzet door president al-Assad keihard de kop wordt ingedrukt.
Maar overal blijkt het verlangen naar vrijheid groter dan de angst voor represailles.
We moeten elkaar deze verhalen blijven vertellen.
De verhalen van gisteren en vandaag.
En we moeten het visioen van vrede en vrijheid met elkaar blijven delen.
De verhalen van Jesaja en Jezus, die we net hebben gelezen.
Het klinkt als verre toekomstmuziek, haast naďef.
Een nieuw begin, dat als een takje opschiet uit een stronk.
Een paradijs van vrede en gerechtigheid, waar leeuw en lam naast elkaar liggen.
Een wereld waar mensen zich met elkaar verzoenen voordat ze zich tot God richten.
Het is een boodschap van hoop en bevrijding, die mensen over de hele wereld heeft geďnspireerd en die nog steeds velen inspireert.
Laten we leren van de geschiedenis en elkaar voorhouden hoe het zou kunnen zijn.
Laat het vuur van de vrijheid niet doven.
Eddy van Hijum, 4 mei 2011
Vragen van de leden Van Hijum en Omtzigt (beiden CDA) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Financiën over doorgifte van het registratienummer van de kinderopvang. (Ingezonden 18 januari 2011)
1
Is het waar dat in de afgelopen dagen duizenden ouders een brief hebben ontvangen van de Belastingdienst, waarin ouders wordt gevraagd om voor 28 januari a.s. het registratienummer van de kinderopvang door te geven, op straffe van intrekking van de kinderopvangtoeslag? Kunt u uiteenzetten hoeveel gezinnen een dergelijke brief van de Belastingdienst hebben ontvangen?
Er gaat veel geld om in de kinderopvangtoeslag. Het is van groot belang dat dit geld op een goede manier wordt besteed. Om de kwaliteit van de kinderopvang beter te waarborgen en de toeslag rechtmatig te kunnen toekennen is het landelijk Register Kinderopvang (LRK) tot stand gebracht. Alleen kinderopvanginstellingen en gastouders die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen worden in het LRK opgenomen. Ouders kunnen zelf in het LRK vaststellen dat hun opvang aan de eisen voldoet. Aanvragers van kinderopvangtoeslag hebben per 1 januari 2011 alleen recht op deze toeslag indien hun kinderopvanginstelling of gastouder in het LRK staat geregistreerd. Belastingdienst/Toeslagen controleert of er sprake is van geregistreerde kinderopvang door het eigen toeslagensysteem te koppelen met het LRK. Deze koppeling vindt plaats op basis van de adresgegevens en opvangsoort van de opvanglocatie. Voor meer dan 350.000 toeslagaanvragers leverde deze koppeling een match op. Voor 114.000 toeslagaanvragers is er geen volledige match met een opvanginstelling in het LRK.
Aan deze 114.000 toeslagaanvragers is op 13 januari 2011 een brief gestuurd met het verzoek het LRK-nummer van de opvanginstelling van hun kind(-eren) aan Belastingdienst/Toeslagen door te geven. Alleen toeslagaanvragers kennen de juiste opvanglocatie van hun kind(-eren). Daarom kan het doorgeven van het LRK-nummer van de opvanglocatie alleen door de toeslagaanvrager zelf plaatsvinden.
Veel van de 114.000 aanvragers zijn al eerder geďnformeerd over het feit dat Belastingdienst/Toeslagen niet over de juiste gegevens van de opvanglocatie van hun kind beschikt. Belastingdienst/Toeslagen is al medio vorig jaar begonnen met opschonen en uitvragen van adresgegevens van de opvanglocatie. Bij 90.000 vraagouders bij wie het opvangadres ontbrak of niet juist was (bijvoorbeeld een apert duidelijk verkeerde postcode, bijv. 0000 AA) is toentertijd een brief gestuurd met het verzoek de juiste gegevens door te gegeven. In november is ook een mailing naar 150.000 toeslagaanvragers uitgegaan met het verzoek het opvangadres te controleren en zo nodig te wijzigen. Toeslagaanvragers bij wie dit niet heeft geleid tot een koppeling met een organisatie of gastouder in het LRK zijn nu opnieuw aangeschreven.
Overigens wordt op 10 februari nog een rappelbrief verzonden aan toeslagaanvragers die niet tijdig reageren.
2
Kunt u toelichten wat de stand van zaken is rond de aanmelding van kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang en gastouders door gemeenten aan het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)? Hoe volledig gevuld was het register op 1 januari 2011?
In de loop van 2010 zijn de bestaande kinderdagverblijven, organisaties voor buitenschoolse opvang (BSO) en gastouderbureaus uit de gemeentelijke registers overgezet in het LRK. Nieuwe kinderdagverblijven, organisaties voor BSO en gastouderbureaus dienden in 2010 een aanvraag tot registratie in te dienen bij de gemeente. Omdat gastouders niet in de gemeentelijke registers stonden, zijn alle gastouders in de loop van 2010 aangemeld door de gastouderbureaus aan de gemeenten. De gemeenten hebben gezorgd voor de registratie van de gastouders en van de nieuwe kindercentra en gastouderbureaus in het LRK (uiteraard alleen na een positieve beschikking). De stand op 3 januari jl. was als volgt:
Stand LRK 3 januari 2011. Geregistreerd in het LRK
Aanvraag nog in behandeling
Gastouders 49.856 1.227
Gastouderbureaus 717 83
Kinderdagverblijven 5.205 150
Org voor buitenschoolse opvang 6.188 140
Gezien het relatief kleine aantal aanvragen dat op 3 januari nog in behandeling was, is de conclusie dat het LRK nagenoeg volledig gevuld is.
3
Wat zijn de gevolgen voor de uitbetaling van de kinderopvangtoeslag aan de ouders indien een instelling wel beschikt over de benodigde vergunningen, maar nog niet is geregistreerd? 1) Is het waar dat toeslag wordt teruggevorderd over de periode waarin de instelling niet geregistreerd staat? Deelt u de mening dat terugvordering ongewenst is indien registratie buiten de schuld van de ouders later heeft plaatsgevonden?
In de wet Kinderopvang is geregeld dat er enkel recht op kinderopvangtoeslag bestaat indien er gebruik is gemaakt van een geregistreerde opvanginstelling. Gelet hierop is Belastingdienst/Toeslagen gehouden de toeslag van een aanvrager terug te vorderen over de periode waarin kinderopvanginstelling niet geregistreerd staat. Voorop staat nu om voor zoveel mogelijk vraagouders de koppeling aan een geregistreerde kinderopvangorganisatie of gastouder tot stand te brengen. De brief van 13 januari aan alle niet-gekoppelde vraagouders heeft precies dat doel. Bij te late registratie van een bestaande kinderopvangorganisatie wordt afhankelijk van de oorzaak van die te late registratie besloten, door de verantwoordelijke bewindspersonen van Financiën en SZW, in welke gevallen er sprake kan zijn van het met terugwerkende kracht opnemen van een kinderopvanginstelling in het LRK. Uitgangspunt hierbij blijft dat registratie in het LRK een voorwaarde is voor de toekenning van de kinderopvangtoeslag.
4
Waarom legt de Belastingdienst de bewijsplicht bij ouders, die behalve het registratienummer veelal ook weer heel veel andere gegevens moeten invullen? Deelt u de mening dat ouders op deze manier onnodig met administratieve lasten worden opgezadeld?
Belastingdienst/Toeslagen hanteert als uitgangspunt dat onnodige administratieve lasten voor burgers worden vermeden. Alles wat Belastingdienst/Toeslagen zelf kan doen wordt gedaan. Dit blijkt ook uit het feit dat Belastingdienst /Toeslagen 350.000 aanvragers zelf heeft gekoppeld.
5
Is het waar dat de Belastingdienst ook brieven heeft verzonden aan ouders die hun kind laten opvangen bij instellingen die wel degelijk gewoon in het LRK geregistreerd staan? Op welke wijze matcht de Belastingdienst de gegevens over de kinderopvangtoeslag met het LRK? Wat is de oorzaak van de mismatch?
De koppeling van het LRK en het systeem van Belastingdienst/Toeslagen vindt plaats op basis van adresgegevens en opvangsoort van de opvanglocatie. Waarschijnlijk wordt een mismatch veroorzaakt doordat de opvanggegevens van een deel van de toeslagaanvragers in het systeem van Belastingdienst/Toeslagen onjuist, onvolledig of verouderd zijn. Toeslagaanvragers hebben bijvoorbeeld indertijd het gastouderbureau in plaats van de gastouder als opvanglocatie aangegeven.
6
Welke informatie moeten ouders nu precies aanleveren, zodat de uitkering van de toeslag niet in gevaar komt? Vindt u het redelijk om hiervoor een termijn van slechts 10 dagen te hanteren? Hoe wilt u voorkomen dat ouders buiten hun schuld vanaf 1 februari geen opvangtoeslag meer ontvangen? Welke mogelijkheden heeft de Belastingdienst om fouten zelf administratief te corrigeren?
Essentieel is het doorgeven van het LRK-nummer van de opvanglocatie van het kind. In het aanvraagprogramma worden nog andere gegevens gevraagd, zoals opvanggegevens. Dit dient als contra-informatie. Op de site www.toeslagen.nl staat welke gegevens de aanvrager bij de hand moet hebben om de wijziging door te geven.
Een termijn van veertien dagen voor het doorgeven van deze gegevens is redelijk omdat het gaat om gegevens die al bekend zijn bij de aanvrager.
7
Wanneer waren deze problemen bekend? Is er over de kwestie overleg gevoerd tussen het ministerie SZW en de Belastingdienst? Zo ja, wanneer en wat was de conclusie van dit overleg? Waarom is de Kamer niet over deze kwestie geďnformeerd?
Tussen de Belastingdienst en SZW is uitgebreid contact over de implementatie van de wijzigingen in de wet Kinderopvang. Het onderwerp koppeling tussen LRK en systeem Belastingdienst/Toeslagen is bij deze contacten eveneens uitgebreid aan de orde. Het is ook goed om hier op te merken dat de brief van 13 januari een reeds lang gepland en noodzakelijk onderdeel is van het traject om het LRK te koppelen aan het toeslagensysteem van de Belastingdienst. Het gaat hier dus niet om een reactie op een acuut, niet voorzien probleem.
8
Bent u bereid deze vragen binnen vijf dagen te beantwoorden, gezien de deadline die aan de betroffen ouders is gesteld?
Ja
1) Op de website van het LRK (www.landelijkregisterkinderopvang.nl) staat op dit moment vermeld dat nog niet alle kinderopvangvoorzieningen in het LRK staan.
Hieronder de reactie van staatssecratris Paul de Krom van SZW op het CDA-manifest 'onbeperkt aan het werk'.
Op 4 november jl. heb ik van de Tweede Kamerfractie van het CDA het manifest ‘Onbeperkt aan het werk’ mogen ontvangen. De voorstellen in het manifest heb ik met veel interesse gelezen. Middels deze brief ik reageer ik op de voorstellen.
1. Sociaal akkoord
Het CDA wil dat in het sociaal akkoord concrete afspraken worden gemaakt over meer stage- en arbeidsplaatsen voor mensen met een beperking.
Sociale partners spelen een cruciale rol bij het vergroten van de arbeidparticipatie van personen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De minister van SZW zal, zoals ook aangegeven in het kennismakingsgesprek met de vaste Kamercommissie van SZW, in het kader van totstandkoming van een Sociaal Akkoord het vergroten van de arbeidsparticipatie bespreken met de sociale partners. Doel daarbij is om te komen tot concrete afspraken over inzet van sociale partners en het kabinet.
2. Bevorder sociaal ondernemerschap
Het CDA vraagt het kabinet om sociaal ondernemerschap te bevorderen en meer mogelijkheden te bieden aan reguliere werkgevers en private initiatieven voor sociaal ondernemerschap.
Momenteel verricht TNO in opdracht van mijn voorganger onderzoek naar sociaal ondernemerschap en mogelijke knelpunten die sociaal ondernemers ervaren. Begin 2011 verwacht ik het onderzoeksrapport met aanbevelingen. Aan de hand hiervan zal ik afwegen of extra maatregelen ter bevordering van sociaal ondernemen wenselijk zijn, waarover ik u vervolgens zal informeren. Hierbij wil ik wel aangeven dat het altijd mijn voorkeur zal hebben om te streven naar een volwaardige positie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in het reguliere bedrijfsleven. Dit uitgangspunt impliceert een generieke werkgeversbenadering voor alle werkgevers, waarbij we, mede met oog op de bezuinigingen, kritisch zullen moeten bezien of we extra instrumenten voor sociaal ondernemerschap inzetten.
3. Begeleiding op de werkvloer
Het CDA wil dat werkgevers een vergoeding ontvangen voor een vakinhoudelijke bedrijfscoach als jobcoach. Daarnaast stelt het CDA voor om oudere werknemers te detacheren als leermeester in het speciaal onderwijs.
Zoals mijn ambtsvoorganger u al heeft laten weten in de brief van 20 mei 2010 , zal het UWV verschillende varianten van de inzet van een interne jobcoach in de praktijk gaan toetsen. De beoogde looptijd van het onderzoek is 2 jaar (2011 en uitloopjaar 2012). Na afloop van dit onderzoek zullen de in de praktijk getoetste varianten worden geëvalueerd waarna ook kan worden bezien of re-integratiemiddelen eventueel herschikt dienen te worden. Het detacheren van oudere werknemers als leermeester binnen de school zie ik als een interessante gedachte, die ik wil bespreken met mijn collega van OCW. Het kan de kloof tussen de school en de arbeidsmarkt helpen verkleinen. Op dit punt verwacht ik echter het meeste effect van frequente en langdurige stages van leerlingen in bedrijven.
4. Benut laagste cao-schalen
Het CDA stelt dat het - in het kader van het vergroten van de werkgelegenheid - van belang is dat in CAO’s de laagste loonschalen op het niveau van het wettelijk minimumloon worden benut.
Ik ben met het CDA eens dat voor voldoende werkgelegenheid voor mensen met een beperking het van belang is dat loonschalen op het niveau van het wettelijk minimumloon daadwerkelijk worden benut. Op die wijze kunnen meer mensen, eventueel met inzet van het instrument loondispensatie, instromen bij reguliere werkgevers en doorstromen binnen het bedrijf. Het maken van afspraken over de invulling van loonschalen is een zaak tussen werkgevers en werknemers. Ik zal dit punt onder de aandacht brengen in gesprekken met sociale partners.
5. Meer aangepast werk via jobcarving
Het CDA adviseert om samen met brancheorganisaties het systeem van adviesvouchers voor jobcarving verder uit te rollen.
Ik ben van mening dat het concept van ‘jobcarving’, oftewel het aanpassen en creëren van functies binnen een bedrijf, veel mogelijkheden kan bieden om de werkgelegenheid voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten.
Op dit moment worden door verschillende partijen instrumenten getest om jobcarving vorm te geven. Zo is Cedris – de brancheorganisatie voor
sw-bedrijven - in het kader van de pilots Werken naar Vermogen hiermee bezig en testen SZW en UWV de Wajong adviesvoucher en het UWV bedrijfsadvies. De ervaringen en opbrengsten hiervan worden intensief gemonitord. Naar aanleiding van de resultaten zal bezien worden hoe verder uitwerking gegeven kan worden aan deze instrumenten.
6. Neem administratief gedoe uit handen
Het CDA geeft aan dat werkgevers afgeschrikt worden door administratieve lasten bij het aanvragen van voorzieningen en stelt dat dit vereenvoudigd moet worden door alles onder te brengen op de werkpleinen. Ik deel deze opvatting en probeer op verschillende manieren administratieve lasten te beperken. Op de 30 zogenaamde werkpleinplusvestigingen zijn gemeenten en UWV bezig werkgeversservicepunten in te richten. Deze servicepunten nemen administratieve lasten uit handen van werkgevers.
7. De overheid geeft het goede voorbeeld
Het CDA stelt dat de overheid als werkgever het goede voorbeeld moet geven. Ik ben het met u eens dat de overheid een voorbeeldfunctie vervult als het gaat om het bieden van kansen aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Voor wat betreft de sector Rijk loopt op dit moment een project om in totaal 250 Wajongers en Wsw-ers te plaatsen. De minister van BZK heeft hierover onlangs per brief de Kamer geďnformeerd over stand van zaken. Daarnaast treft BZK voorbereidingen voor het structureel reserveren van 1% van het aantal FTE’s voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De minister van BZK zal over de voortgang rapporteren in het Sociaal Jaarverslag Rijk dat jaarlijks in mei verschijnt. Bij het departement van SZW zijn overigens 5 Wsw-ers en 15 Wajongers werkzaam.
De mogelijkheden van sociaal inkopen worden momenteel door het kabinet onderzocht. Ook is het Rijk reeds op experimentele basis bezig met social return in vijf aanbestedingen. Begin 2011 zal een kabinetsstandpunt volgen.
Slot
Het kabinet streeft naar een arbeidsmarkt waarin iedereen naar vermogen kan participeren en re-integratiemiddelen effectief worden ingezet. De komende periode zal worden benut om in vervolg op het Regeerakkoord de voorwaarden hiervoor te optimaliseren in wet- en regelgeving. Vervolgens vergt het inzet van alle betrokken partijen om iedereen in onze samenleving een kans te geven om volwaardig deel te nemen aan het arbeidsproces.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,
P. de Krom
In het regeerakkoord wordt aangekondigd dat er één regeling komt voor de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt. Deze regeling moet de WWB/WIJ, de Wajong en de WSW grotendeels vervangen. Uitgangspunt voor de nieuwe regeling wordt dat mensen met een beperking zoveel mogelijk naar vermogen participeren in de samenleving. We kijken naar wat mensen kunnen en willen en ondersteunen hen bij een stap naar een zo groot mogelijke zelfstandigheid. Mensen met een beperking worden zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers aan de slag geholpen, al dan niet met loondispensatie.
Het CDA steunt deze hervorming, maar realiseert zich dat deze gepaard gaat met een aanzienlijke bezuiniging. Het succes van de hervorming staat en valt met het perspectief dat mensen daadwerkelijk krijgen op werk en inkomen. We hebben de medewerking van werkgevers keihard nodig om dit perspectief te kunnen bieden. Veel werkgevers voelen gelukkig een maatschappelijke verantwoordelijkheid, die verder strekt dan hun eigen onderneming. Veel ondernemers zijn best bereid om mensen met een handicap of ziekte een kans te geven binnen hun bedrijf. De toenemende krapte op de arbeidsmarkt maakt dat dit ook steeds meer in het eigenbelang is. Ondernemers letten wel scherp op financiële risico’s, zoals een lagere productiviteit of een risico op uitval door ziekte. De ervaring leert echter dat mensen met een handicap/ziekte – mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan – als werkkracht juist bijzonder enthousiast, gemotiveerd en betrouwbaar zijn. Ook worden werkgevers gehinderd door de ondoorzichtigheid van de regelingen en de administatieve lasten rondom de aanvraag van voorzieningen (zie ‘Ervaringen van werkgevers met Wajongers’, RWI, 2009).
In deze notitie doen we als CDA een aantal voorstellen die er toe moeten leiden dat er meer arbeidsplaatsen beschikbaar komen voor mensen met een beperking. Ons ideaal van ‘meedoen naar vermogen’ willen we hiermee dichterbij brengen.
1. Sociaal akkoord: afspraken over stage- en arbeidsplekken
Het regeerakkoord stelt dat de regering streeft naar een sociaal akkoord met werkgevers en vakbonden. Het CDA wil dat daarin ook concrete afspraken worden gemaakt over meer stage- en arbeidsplaatsen voor mensen met een beperking. De uitvoering van deze afspraken moet actief worden gemonitord. Het effectueren van deze afspraak vraagt ook om inzet van het kabinet. We houden het kabinet aan de afspraak uit het akkoord dat bij het “gerichter en efficiënter” inzetten van re-integratiemiddelen er speciale aandacht wordt besteed aan arbeidsgehandicapten. Er moeten voldoende middelen beschikbaar blijven voor onder meer aanpassing van werkplekken en begeleiding/jobcoaching.
2. Bevorder ‘sociaal ondernemerschap’
Op dit moment bieden vooral sociale werkplaatsen en AWBZ-instellingen gesubsidieerde arbeidsplaatsen voor mensen met een handicap. Het CDA wil reguliere werkgevers en private initiatieven meer mogelijkheden bieden voor ‘sociaal ondernemerschap’. Mooie voorbeelden zijn bakkerij de Driekant in Zutphen, of het koeriersbedrijf Valid Express. Bij deze initiatieven wordt een bedrijfsmatige opzet van werkzaamheden op het terrein van productie of dienstverlening gecombineerd met de doelstelling om een substantieel aantal mensen met een beperking te laten participeren. Nederland loopt met deze initiatieven – en het beleid daarvoor – in Europa wel duidelijk achter (zie ‘Europese ervaringen met sociale economie’, TNO, 2008). Het kabinet moet daarom het bevorderen van ‘sociaal ondernemerschap’ in de komende periode tot een speerpunt van beleid maken. Goede voorbeelden moeten actief onder de aandacht worden gebracht. Gedacht kan worden aan een tijdelijk expertisecentrum, van waaruit informatievoorziening en ondersteuning plaatsvindt van private initiatieven. Ook stellen we een onderzoek voor naar een (beperkte) garantieregeling voor de financiering van sociale ondernemingen, aangezien banken het gebrek aan continuďteit van vergoedingen door de overheid in bedrijfsplannen als een aanzienlijk risico zien.
3. Begeleiding op de werkvloer
Werkgevers moeten de mogelijkheid krijgen tot het instellen van een interne vakinhoudelijke bedrijfscoach als jobcoach die zich bezig houdt met de begeleiding van arbeidsgehandicapten in de onderneming. De budgetten die beschikbaar zijn voor (externe) jobcoaching in de Wajong en de WSW en eventueel ook het participatiebudget moeten hiervoor worden opengesteld. Ook moeten er mogelijkheden komen voor detachering van oudere werknemers als leermeester in het speciaal onderwijs om de stap naar de arbeidsmarkt voor leerlingen te verkleinen. Hiermee kan de instroom van het speciaal onderwijs in de Wajong worden beperkt. Het mes snijdt dan aan twee kanten: er ontstaan nieuwe arbeidsmarktkansen voor zowel ouderen als voor jongeren met een beperking.
4. Benut laagste CAO-schalen
Om meer werkgelegenheid aan de ‘onderkant’ te creëren is het van belang dat in CAO’s laagste loonschalen op het niveau van het wettelijk minimumloon worden benut. Het wordt hierdoor voor werkgevers aantrekkelijker om mensen met een beperkte productiviteit in dienst nemen. Voor arbeidsgehandicapten met een lagere productiviteit dan het niveau van WML moet loondispensatie (met loonaanvulling tot maximaal WML) of loonkostensubsidie uitkomst bieden.
5. Meer aangepast werk via ‘jobcarving’
Werkgevers moeten worden aangemoedigd om hun organisatie door te lichten op mogelijkheden voor mensen met een arbeidshandicap. Door werk anders te organiseren, taken af te splitsen (‘jobcarving’) of werkplekken aan te passen kan meer werk voor mensen met een beperking worden gecreëerd. De overheid moet samen met brancheorganisaties het systeem van adviesvouchers voor job carving verder uitrollen. Met een tegoedbon kan een bedrijf een gratis advies krijgen over de mogelijkheden om mensen met een beperking in zijn bedrijf te plaatsen.
6. Neem administratief gedoe uit handen
Veel werkgevers zijn bereid om arbeidsgehandicapten in dienst te nemen, maar schrikken terug voor (negatieve ervaringen met) administratieve lasten. Denk aan het aanvragen van voorzieningen voor aanpassing van de werkplek of de procedures rond het effectueren van de no-riskpolis als de werknemer ziek uitvalt. De overheid zal er voor moeten zorgen dat administratieve lasten zoveel mogelijk uit handen worden genomen. De aanvraag van voorzieningen moet worden vereenvoudigd door alle vormen van ondersteuning onder te brengen bij regionale werkgeversloketten (Werkpleinen). Bij dit servicepunt kan informatie worden verkregen en worden administratieve handelingen van werkgevers overgenomen.
7. De overheid geeft het goede voorbeeld
De overheid moet als werkgever het goede voorbeeld geven en ook zelf meer mensen met een beperking in dienst nemen. Daarnaast kan de overheid bij aanbestedingen (bijv. infrastructuur) of uitbesteding van diensten (groen, repro, catering etc) opdrachtnemers verplichten opleggen om een bepaald percentage van de loonsom te besteden aan kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. Veel gemeenten hebben hier inmiddels al goede ervaringen mee. Een mooi voorbeeld is de A2-school in Maastricht: de bouw van de A2-tunnel wordt aangegrepen om werklozen en jongeren zonder startkwalificatie werkervaring te laten opdoen. De rijksoverheid blijft echter nog achter. Het is daarom belangrijk dat de motie-Van Hijum (31780, nr. 39) wordt uitgevoerd, die de rijksoverheid oproept om in navolging van gemeenten ‘social return on investment’ een plaats te geven in het aanbestedings- en inkoopbeleid.
De arbeidsparticipatie van mensen met beperkingen is de afgelopen jaren niet verbeterd. Dat is zorgwekkend, omdat het aantal jonggehandicapten groeit, de wachtlijsten voor de sociale werkvoorziening toenemen en de arbeidsdeelname van mensen met beperkingen daalt. Willen we ervoor zorgen dat deze mensen niet achter de geraniums verdwijnen, dan moet het nieuwe kabinet dat straks aantreedt een tandje bijzetten.
Daarbij moet wel worden bedacht dat quota averechts werken. Als je werkgevers verplicht een bepaald aantal mensen met een beperking in dienst te nemen, zet je die mensen in een hoek. Het versterkt het stigma dat zij geen volwaardige werknemers zouden kunnen zijn. Terwijl ook zij, net als ieder ander, aangenomen willen worden omdat ze als werknemer kwaliteit te bieden hebben. En niet omdat de werkgever een boete boven het hoofd hangt. Om die reden zijn ook veel mensen met een beperking zelf tegen quota.
Partijen als de SP en de PvdA staren zich blind op dwangmaatregelen zoals quota en ontslagverboden. Maar daarmee vergroot je de bereidheid van werkgevers niet. We moeten een omslag maken en ons richten op de werkgevers die een maatschappelijke verantwoordelijkheid voelen en welwillend zijn om mensen met een beperking in dienst te nemen. Voor hen moeten we de mogelijkheden uitbreiden en het veel aantrekkelijker maken om iemand met een handicap aan te nemen.
Handvatten
Op dit moment bieden vooral sociale werkplaatsen en AWBZ-instellingen gesubsidieerde arbeidsplaatsen voor mensen met een handicap. Terwijl er zoveel meer mogelijk is! Daarom moeten reguliere werkgevers en private initiatieven meer handvatten krijgen voor 'sociaal ondernemerschap'. Dat vraagt om een heldere regeling en minder administratieve lasten.
Voor reguliere werknemers moet vooral de bureaucratie worden aangepakt. Dus: bij uitkeringsinstantie UWV komt één werkgevers-servicepunt waar men zich over de papieren rompslomp van de werkgever ontfermt. Hierdoor hoeft de werkgever niet jaarlijks dezelfde formulieren in te vullen voor dezelfde werknemer of bij verschillende loketten langs om hulpmiddelen aan te vragen. Dat kan beter en eenvoudiger.
Ondernemers die een bedrijf willen opzetten, gerund door mensen met een beperking, moeten kunnen rekenen op steun van de overheid. Een garantieregeling voor de financiering van sociale ondernemingen kan daarbij helpen. Banken zijn vaak huiverig door het gebrek aan continuďteit van vergoedingen door de overheid, waardoor veel bedrijfsplannen van sociale ondernemingen weinig kans maken. De overheid moet dan ook meerjarige financiële zekerheid bieden. Ook moet de regelgeving niet voortdurend veranderen. Zo ben je als overheid een betrouwbare partner.
Tot slot dient de overheid het goede voorbeeld te geven en ook zelf meer mensen met een beperking in dienst te nemen. Niets staat de overheid in de weg om zichzelf daarbij streefcijfers op te leggen, bijv. 5 procent van het personeel. Ook kan de overheid bij aanbestedingen sociale aspecten meenemen, zoals het aantal mensen met beperking dat bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt ingeschakeld. Hierover is in de Tweede Kamer al een besluit genomen. Nu de uitvoering nog!
Als we de ambitie hebben om meer mensen met een beperking aan de slag te helpen, zal het nieuwe kabinet het bevorderen van 'sociaal ondernemerschap' tot een speerpunt van beleid moeten maken. Kwaliteit en talent van mensen mogen we niet onbenut laten. Geef bereidwillige werkgevers een kans en neem de drempels weg!
Beste mensen,
We staan aan de vooravond van verkiezingen die echt ergens over gaan. De financiële crisis heeft diepe sporen getrokken in de samenleving: ontwrichte banken, groei van het aantal werklozen en een gapend gat in de overheidsfinanciën. De politiek moet orde op zaken stellen. Dat zal niet altijd meevallen in een periode waarin het cynisme over de politiek groot is en polarisatie de norm lijkt. Maar dit is geen tijd om weg te lopen. We moeten aan de slag om Nederland er weer bovenop te helpen.
Ik ben actief in de politiek geworden vanuit mijn ideaal van een betrokken samenleving en een betrouwbare overheid. Door de manier waarop ik mijn werk doe, wil ik bijdragen aan het herstel van het vertrouwen in de politiek. Er wordt veel geklaagd over politici en gemopperd over de besluiten die in Den Haag worden genomen. Soms is dat terecht, soms ook niet. Maar het heeft weinig zin om alleen maar kritiek te spuien. Je kunt beter je handen uit de mouwen steken. Of zoals men in Friesland zegt: "doch dyn plicht en lit de lju mar rabje".
Ik realiseer me dat het geen eenvoudige tijd zal worden. Hervormingen en bezuinigingen zijn onontkoombaar. Als CDA'er probeer ik niet alleen te letten op de problemen die vandaag spelen, maar wil ik ook de belangen van toekomstige generaties in onze afwegingen betrekken. Want ook onze kinderen hebben recht op goede sociale voorzieningen, ruimte om te wonen en een gezond milieu. We moeten problemen niet vooruitschuiven, maar durven aanpakken. Fatsoenlijk, dat wel, met oog voor mensen die het niet op eigen kracht kunnen redden.
Ik hoop daarom op jouw stem op 9 juni!
Hartelijke groet,
Eddy van Hijum
Lijst 1, nummer 14
kijk ook op www.eddyvanhijum.nl
Vandaag heb ik samen met mijn collega-kandidaten voor de Tweede Kamer Pieter Omtzigt, Hein Pieper en Clazinus Netjes het 'contract met Overijssel' getekend. Met deze actie laten we zien voor welke regionale zaken we ons in de komende jaren zullen inzetten en waarop wij voor burgers en bedrijven in de provincie aanspreekbaar zijn. Wij dagen regionale Kamerleden van andere partijen uit om deze inzet te onderschrijven. Het contract is gepresenteerd in Nationaal Park de Sallandse Heuvelrug, op de grens van Salland en Twente.
Hieronder de tekst van het contract.
Contract voor Overijssel.
Het CDA kiest voor Overijssel. Geen enkele andere partij heeft 5 Overijsselse kandidaten bij de eerste 35 staan. Wij willen samen sterk staan binnen het CDA voor Overijssel. In onze provincie schreeuwen we vaak niet zo hard, breken we de boel niet af – zelfs niet als we voetbalkampioen worden – maar vergeten we vaak zelf openbaar trots te zijn op wat we bereiken en wat we daarvoor nodig hebben.
Dat is wel van belang voor onze regio. Immers een stad als Amsterdam (kleiner dan Overijssel) heeft 21 Kamerleden en die verliezen echt het belang van Amsterdam, het geld voor de Noord-Zuid lijn of de miljoenen voor de musea daar niet uit het oog.
Daarom komen we met dit contract voor Overijssel. We bieden het ook aan aan andere regionale kandidaten en aan organisaties. Zij kunnen en mogen het ondertekenen.
Contract
We vinden dat de regionale infrastructuur versterkt moet worden en niet de dupe moet worden van de crisis. Door nu te bouwen, bestrijden we de crisis, verbeteren we de leefbaarheid langs de N18 en de N35 en zo komen we sterker uit de crisis.
1. Wij willen de geplande investeringen in de N35, N18 en N50 laten doorgaan en zetten ons in voor een verbreding van de A1
2. De regionale spoorverbindingen handhaven we. We steunen de nieuwe treinen naar Duitsland, de betere verbinding tussen Almelo en Zwolle en tussen Almelo en Hardenberg en goede intercity’s overdag en ’s nachts naar het Westen.
Onderwijs en kennis zijn van levensbelang voor onze regio. Vooral het cluster rond de universiteit Twente creëert veel nieuwe ondernemingen, veel nieuwe banen en veel kennis door de goede samenwerking door overheid, onderwijs en bedrijven.
3. De Universiteit Twente en het business-en sciencepark krijgen ruim baan om uit te groeien tot de beste campus en het beste kennispark van Nederland, ook met steun van het Rijk.
4. De regio Zwolle en de stedendriehoek zijn twee motoren voor economische ontwikkeling. Zij dienen als zodanig erkend te worden. Samen met gemeentes, onderwijsinstellingen en bedrijven stimuleren we de kennis en innovatie in alle drie de genoemde gebieden.
De landbouw en natuur van Overijssel zijn van grote waarde. Overijsselse familiebedrijven boeren al eeuwenlang in harmonie met het landschap en moeten dan kunnen blijven doen. Daarom heeft het CDA ervoor gezorgd dat bedrijfsoverdracht nu kan zonder dat bedrijven failliet gaan. Wij willen op dit pad doorgaan:
5. Landbouwers krijgen de ruimte om samen te werken met elkaar en meer streekproducten te ontwikkelen, zodat ze meer waarde kunnen toevoegen aan hun producten.
6. Het CDA wil waardevolle natuur beschermen maar vindt de beperking als gevolg van Natura 2000 doorgeschoten. Op regionaal niveau moet meer ruimte komen om economie en natuur/milieu met elkaar in balans te brengen. Zo nodig strijden we voor aanpassing van Europese regels.
Mensen moeten de ruimte hebben om goed te kunnen wonen. Dankzij wijs beleid zijn er in Overijssel minder problemen op de huurmarkt en de koopmarkt dan elders in het land: geen lange wachtlijsten en er zijn mogelijkheden voor starters. Wij zullen er alles aan doen om dat zo te houden. Mensen moeten zekerheid hebben over hun koopwoning en de financiering. En de belangrijke bouwsector moet aan het werk blijven.
7. De hypotheekrenteaftrek biedt mensen de mogelijkheid om een huis te kopen.
8. Er blijft ruimte voor starters met starterleningen. Ook moeten ouders hun kinderen belastingvrij een bedrag kunnen schenken om de hypotheek te verlagen.
9. Isolatie van huurwoningen en koopwoningen wordt bevorderd, zodat het klimaat gespaard wordt en de energierekening daalt. Zo zullen we bevorderen door een regionaal convenant met corporaties, bouwondernemingen en overheden, dat de subsidies voor renovatie en isolatie van huurwoningen in Overijssel worden ingezet.
Het CDA is trots op de onderlinge betrokkenheid, die mensen hebben voor elkaar. De provincie kent grote aantallen vrijwilligers en mantelzorgers. We moeten zuinig zijn op deze structuren, die de kern van onze samenleving vormen.
10. Het CDA wil meer ruimte voor vrijwilligers: wij handhaven de vrijwilligersvergoeding en schrappen overbodige regels.
11. Het CDA handhaaft de maatschappelijke stage: jongeren maken verplicht kennis met vrijwilligerswerk of met de zorg.
12. Zorg en scholen moeten kleinschalig kunnen zijn: op zorgboerderijen, bij initiatieven als buurtzorg of op de kleine plattelandschool voelen mensen zich thuis. Zij moeten de ruimte krijgen en behouden, omdat het hier om essentiële verbanden tussen mensen gaat.
Voor Overijssel streven we naar een blijvende goede samenwerking tussen alle regionale Kamerleden in de Tweede Kamer. Daar hebben onze mooie provincie en haar inwoners recht op. Verdeeld verliezen we het namelijk altijd van de Randstad.
Wanneer we het een keer niet eens worden met zijn allen, vechten we het in Overijssel uit, maar laten we geen verdeeldheid in Den Haag zien, zodat we er bij andere dossiers geen last van hebben.
Alleen zo komen we sterker uit deze moeilijke economische tijden.
Vanmorgen heb ik samen met zes enthousiaste CDA-ers ongeveer 1000 wafels uitgedeeld op het NS-station Zwolle, uiteraard samen met mijn campagnekaart (lijst 1, #14). De belangstelling was overweldigend en de reacties enorm positief. In minder dan drie kwartier waren we er doorheen.
Trouwens, de poster van Sabine en mij al zien hangen op het station? Je kunt hem tegenkomen op de NS-stations van Zwolle, Kampen, Raalte, Heino, Olst, Wijhe, Dalfsen en Ommen. Nederland kan op ons rekenen!